De computer gaat uit. Ik loop naar de keuken, schuif aan tafel en besluit dan maar met de deur in huis te vallen. "Pap, mam jullie kennen Laura uit Italië?" Twee paar ogen beginnen te rollen, een diepe zucht maskeert niet helemaal de glimlach die aangeeft dat ze al precies weten wat er komen gaat. "Ok, zeg het maar, wanneer komt ze hier?"
Misschien ken je het van vakanties of andere, buitenlandse reizen. Je komt mensen tegen waar je een tijdje mee optrekt, je kan het samen goed vinden en als je afscheid neemt roep je enthousiast: "Als je eens in de buurt bent, je bent altijd welkom!" Vaak houd je geen contact en de kans dat je echt besluit langs te gaan als je toevallig in de buurt bent, is zeer klein.
Het mooie van sport is dat je vaak dezelfde mensen tegenkomt. Na verloop van tijd ontstaan er vriendschappen en houd je ook tussen wedstrijdontmoetingen contact. En dan besluit zo'n iemand eens een kijkje in Nederland te nemen. Misschien om een wedstrijd te rijden of gewoon als een soort vakantie. Het komt ter sprake tijdens een e-mail, met de vraag wat de leuke mogelijkheden ter plaatse zijn. Het hele verhaal eindigt er dus meestal mee dat ik aanbied dat ze hier wel kunnen logeren, als ze dat willen en dat ik vervolgens mijn ouders ga vertellen dat ze weer internationaal bezoek krijgen. Vertellen inderdaad, want vragen kan je het nauwelijks meer noemen. Buiten dat denk ik dat ze het stiekem gewoon erg leuk vinden om al die verschillende mensen te ontmoeten. Staat er eveneens tegenover dat ik ook overal terecht kan.
Het leuke van al die buitenlanders die bij ons langskomen, is dat je op een nieuwe manier naar je eigen omgeving gaat kijken. Klompen? Ja ze bestaan echt. Fietsen is een gezond transportmiddel en ja, die arme schoolkinderen moeten ook in de regen op de fiets. Fietsenstalling? Kijk maar eens bij het station! Molens.....eh.......Kinderdijk natuurlijk, maar ze moeten ook wel ergens dichterbij staan. Als ik twee Franse vrienden meeneem naar een fietstraining, blijkt die praktisch naast een molen te beginnen. Was me eerder eigenlijk nooit echt opgevallen.
Die Franse vrienden hebben vandaag voor ons gekookt. Mijn vader kijkt argwanend naar de pannen die op tafel komen; wat de boer niet kent.... Dan kijkt hij weer naar mij en herinnert mijn "vraag". "Welk Laura bedoel je eigenlijk," vraagt hij me, "die halve Nederlandse?" Op mijn bevestigende antwoord volgt een klein zuchtje van opluchting: "Dan kan ik in ieder geval gewoon Nederlands praten." Het Franse eten smaakt ook goed en dan blijkt dat we weer wat van elkaar hebben geleerd deze week, want uit alle Nederlandse monden, ook die van mijn vader, klinkt een vloeiend: "Merci beaucoup!" En onze gasten antwoorden met: "Dank je wel!"