Zeg nou zelf. Hoe vaak denkt u in honderdsten van seconden? Zal niet vaak voorkomen, behalve misschien bij Dirk Scheringa. De overambitieuze zakenman en sportsponsor liet afgelopen zaterdag in de Volkskrant optekenen dat hij per dag zeker honderd beslissingen in een split-second neemt. Alleen al het uitspreken van dat woord duurt bij mij langer dan een volle tel.
Een honderdste van een seconde. Het is nauwelijks waarneembaar, maar het kan een sportloopbaan maken en breken. Het kan het verschil zijn tussen het verbeteren en het evenaren van een wereldrecord. Of triester nog, het verschil tussen het missen en het evenaren van een wereldrecord. Eeuwige roem, afgezet tegen een kanttekening in de marge van de sporthistorie. Dat vergt het uiterste van de apparatuur die keihard moet oordelen over succes en falen.
Tot voor kort ging ik er altijd maar gemakshalve van uit dat de tijdmetingen sinds het invoeren van de electronische waarneming onfeilbaar waren. Natuurlijk tikte er wel eens een schaatser bij een serieus toernooi tegen het allesziende oog op de finishlijn aan, waarna de televisieklok even op tilt ging. Dan bleek er achteraf nooit iets aan de hand te zijn, want in het juryhok bleven de seconden, tot op breukdelen nauwkeurig, gewoon doortikken. Lekker, dat grenzenloze vertrouwen in de techniek.
Sinds de wereldbekerwedstrijd in Calgary is de bodem onder mijn geloof in de hogere electronica weggeslagen. Natuurlijk kon een blinde zien dat Simon Kuipers eerder over de streep gleed dan zijn tegenstander Shani Davis. Het alziende oog besliste echter anders.
Een foutje met verstrekkende gevolgen, vrees ik. Het bibberende scheidsrechterskorps voelde dat haarfijn aan. Ontkennen tot op het absurde af. De meest fantastische excuses verzinnen. Simon Kuipers zou zelfs een moment gezweefd hebben bij het passeren van de finishlijn. Tsja. Doodsbang waren ze voor de verstrekkende gevolgen van een weigerende techniek en terecht.
Want wat gaat er nou gebeuren, wanneer straks uit het onderzoek van de ISU blijkt dat er iets grondig mis was met het tijdregistratiesysteem in Calgary? Worden de uitslagen geschrapt? Gaan de records uit de boeken? Of alleen het wereldrecord van Jenny Wolf op de 500 meter, omdat zij slechts tweehonderdste van de oude toptijd afsnoepte? Is wel zo ongeveer de marge, waarmee de klok op de 1500 meter grondig in de fout ging.
Straks krijgen we in het schaatsen nog dezelfde onfrisse toestanden als in het wielrennen, waar winnaars achteraf geen winnaars blijken te zijn. Stel dat het na de komende winter nog een vol jaar duurt voordat de wereldkampioen allround definitief gehuldigd kan worden. Net zo goed als het een jaar duurde voordat niet Floyd Landis, maar Oscar Perreiro tot winnaar van de Tour de France werd uitgeroepen.
Natuurlijk, het ligt allemaal iets anders, iets genuanceerder. Daar, in het fietsen, heeft het te maken met die eeuwige dopingcontroles en hier, in het schaatsen, heeft het te maken met de tijdwaarneming. Dat is best een belangrijk verschil, maar het gaat me in deze vergelijking vooral om de dodelijke onzekerheid die er sinds Calgary in is geslopen. Er zijn geen zekerheden meer en dat is knap lastig.
Want wat moet ik nou doen? Straks, als er weer ergens een wereldrecord met honderdsten van seconden wordt verbroken? Hard meejuichen, of meteen vraagtekens zetten bij de techniek? Ik weet het niet meer. Mijn vertrouwen is weg. Kon de klok maar een paar weken teruggezet worden.