Helaas moet ik u mededelen dat u niet geslaagd bent voor het examen Nederlands. Oei. Toch maar even studeren voor het herexamen dan. Gelukkig was dit niet aan het eind van de middelbare school, daar stond een redelijke 7 op mijn lijst. In zes jaar zakken de d’s, dt’s en dictees aardig ver weg. En ook al lijken de cursussen die ik doe meer op bezigheidstherapie dan dat ik er echt wat mee wil bereiken, een test niet halen is niet leuk.
Wat doe je de hele dag, werd mij laatst in een interview gevraagd. Uitslapen antwoordde ik lacherig, om meer serieus te vervolgen met: "nouja, trainen natuurlijk, en cursusjes en schrijven voor websites.” Alles bij elkaar klinkt het verrekte weinig. Toen ik nog eens na ging lopen wat ik de afgelopen tijd had gedaan kwam daar als tijdrovende bezigheid het klussen in mijn nieuwe huisje nog bij. Maar dat is tijdelijk merkte de journalist terecht op. En hoewel het een behoorlijke periode geduurd heeft, ik lang niet alles zelf heb gedaan en het eigenlijk nog steeds niet helemaal af is; het is inderdaad tijdelijk.
Ook de cursus die ik nu nog doe, is met één ochtend per week, niet echt tijdrovend, maar toch zit ik vaak de avond ervoor pas laat nog aan het huiswerk. Maar elke dag, elke week brengt wel weer wat nieuws en ik verveel me nooit.
Vroeger op school zeiden ze vaak dat sporters goed konden plannen. Ik moest er om lachen, voor mij was het geen kwestie van plannen, maar gewoon de dingen doen als ze moesten gebeuren. Later werd er juist in de sport wel veel gepland om precies op het juiste moment goed te zijn. Trainingskampen, trainingen, wedstrijden, je weet precies wanneer je wat moet doen. Dat wil zeggen, als alles gaat zoals het moet gaan. Mis je ergens een kwalificatie, dan valt ineens een deel van de planning weg. Mis je een deel van je voorbereiding, dan is de opbouw naar je piekmoment naar de maan met als mogelijk gevolg een slecht resultaat. Met als gevolg geen kwalificatie, met als gevolg een veranderde planning.
Op dit moment volgt mijn planning de wedstrijdkalender. Voor de komende vier weken weet ik precies waar ik ben. Daarna is het nog een beetje onduidelijk. De komende maanden hangt af van wat er de komende weken gaat gebeuren. Een vaag omlijnd plan ligt op tafel maar de exacte planning zal pas later kunnen komen. Ik kan niet zo goed plannen, want het leven is een aaneenschakeling van gebeurtenissen die telkens weer nieuwe plannen voortbrengen. Ik ben ook niet zo goed in plannen, ik doe gewoon de dingen als ze moeten gebeuren.
Voor de komende tijd betekent dat dus veel en hard schaatsen. En daarna voorbereiden op de zomer, want zoals elk jaar liggen daar twee ‘tests’ waarvan ik met het resultaat nog altijd niet voldoende tevreden ben. En een test niet halen is nooit leuk. Dus in mijn vrije uurtjes zal ik ook nog wat studeren voor het herexamen Nederlands.