Het zal ergens in de winter van 1985 zijn geweest. Mooi jaar, na lange tijd weer eens een Elfstedentocht. Spannend jaar ook, met vergevorderde bouwplannen voor een overdekte schaatsbaan in Heerenveen. Op een ochtend hing ik over de boarding van Thialf, ter hoogte van de start van de 500 meter. Aan de overkant rolde af en toe een gele trein voorbij. Het was nog de tijd van het schaatsen zonder dak boven het hoofd.
De deelnemers aan het WK Sprint werkten hun training in de openlucht af. Igor Zhelezovski, die ze ook wel Igor de Verschrikkelijke noemden, maakte een proefstartje met zijn massieve lichaam. De ijssplinters vlogen om mijn oren. Dat was schaatsen in de oertijd.
Ik kon het de afgelopen dagen niet helpen. Dat beeld van die oersterke Rus, die als een eenmans-sloopbedrijf het ijs in Heerenveen vernielde, bleef maar terugkomen. Zo zie je ze tegenwoordig niet meer. Stylisten zijn het, die sprinters. Jan Bos, Jeremy Wotherspoon en al die anderen. Het enige dat je nog hoort als ze wegsnellen bij de start, is het klappen van de schaats. Geen gekras meer over het ijs. Best jammer.
Oppassen nu, dat ik niet verval in nostalgisch gemijmer. We hebben net weer een prachtig WK Sprint achter de rug in een bomvol Thialf. Een volksfeest, twee dagen lang dertienduizend man op de tribunes. Dak erboven, aan alle kanten beschermd tegen het slechte weer, zonder dikke jas aan de rand van de baan. Dat was 23 jaar geleden ondenkbaar. Toen was het zelfs afzien geblazen voor de toeschouwers.
Hoe zou het er over nóg eens 23 jaar uitzien? Misschien heb ik een dikke week geleden al een kijkje gekregen in de toekomst. Bij het EK Allround vergaapte ik me aan al het fraais in Kolomna. Wat een paleis. Wat een schitterend, blinkend onderkomen. Het uitzicht vanaf de derde ring was adembenemend. Op de donderdag voor het toernooi stond ik torenhoog boven de baan te kijken naar de training. Zelfs het klappen van de schaatsen hoorde ik niet meer. Diep beneden me zoefden de rijders geluidloos over het spiegelende ijs.
Zo zal het over een aantal jaren overal zijn. Ook in Thialf, waar men binnen afzienbare tijd toch zeker afscheid gaat nemen van die kale, betonnen bak. Thialf, zoals het er nu bijligt, bestaat dan niet meer. Opnieuw zijn er bouwplannen en, eerlijk is eerlijk, die zijn hard nodig ook. Want in het internationale schaatsen is onze tempel zo langzamerhand een monument in verval geworden. We beginnen flink achter te lopen, niet alleen in architectonisch, maar zeker ook in technisch opzicht.
Ik zeg dat trouwens met alle eerbied, want hoeveel mooie herinneringen liggen er niet in Heerenveen, aan de spoorbaan die je vanaf de tribune niet meer kan zien? En zeg nou eerlijk: is een afgeladen, zinderend Thialf niet veel opwindender dan een opgepoetst schaatspaleis zonder toeschouwers in Kolomna?
Eén ding weet ik zeker. Over ruim twintig jaar zal ik nog wel eens met weemoed terugdenken aan het WK Sprint van 2008. Dan hoop ik het klappen van de schaatsen weer te kunnen horen, boven het gejuich van het publiek uit. Net zoals ik nu weer die ijssplinters in mijn gezicht voel, na die machtige proefstart van Igor de Verschrikkelijke, ruim 23 jaar geleden.