Saai zal het zeker nooit worden in de twee sporten, waarmee ik me beroepshalve mag bezighouden. Het wielerseizoen is nog niet eens volop losgebrand, of ze meppen elkaar achter de groene tafel alweer vol op het gezicht. De Tour tegenover de UCI. Vuige intriges, keiharde spelletjes en een keiharde machtspolitiek. Het hoort een beetje bij het fietsen: flikken en geflikt worden.
Ook in het schaatsen weten ze van wanten. Stop twee toppers bij elkaar in een hok en je kunt erop rekenen dat er gedonder komt. Gaat altijd over kwalificatiemomenten, skate-offs en aanwijsplekken. Waarom hij wel en ik niet? Is één valpartij nou een calamiteit en zijn twee valpartijen eigen schuld, dikke bult? Je zou er haast een punthoofd van krijgen, van al die lastige vragen.
Ik kon afgelopen weekend nauwelijks een glimlach onderdrukken na de fraaie buikschuiver van Bob de Jong. Dat had niks te maken met leedvermaak, maar alles met zijn unieke reactie op de vraag of hij daarmee zijn kansen op een WK-ticket voor de vijf kilometer had verspeeld. Welnee. Die val was een calamiteit. Bob claimde een aanwijsplek. Tot aan die merkwaardige glijpartij was hij immers sneller geweest dan zijn rivaal Carl Verheijen. Heel simpel allemaal.
Fascinerend, zo’n rechtlijnige reactie. Vooral omdat hij even eerder profiteerde van precies de tegenovergestelde argumenten. U weet het nog wel. Carl Verheijen ging in het World-Cupseizoen twee keer onderuit op de tien kilometer, maar kreeg van de keuzeheren toch een kans op een skate-off tegen Bob de Jong. Die vond dat oneerlijk en kreeg uiteindelijk gelijk van de arbitragecommissie. Met het argument dat de valpartijen van Verheijen geen calamiteit genoemd mochten worden.
Ik denk dat Bob ook wel besefte dat hij geen kans van slagen had, toen hij zich na de World-Cupfinale in Heerenveen ineens ging bedienen van de argumenten van zijn tegenstander. Dat hij diep in zijn hart ook wel begrip had voor het feit dat Wopke de Vegt weinig tijd nodig had om een salomonsoordeel te vellen. De Jong start op de tien kilometer, en Verheijen op de vijf. Gelijke monniken, gelijke kappen. Degene die onderuit gaat, is simpelweg de klos.
Ik hoop alleen dat de keuzeheren iets geleerd hebben van dit seizoen. Het zou mooi zijn als ze nu eens gaan inzien dat iedereen gebaat is bij keiharde, glasheldere regels. Regels, waaraan nooit en tenimmer kan worden getornd. Geen gesjoemel meer. Dus niet na één World Cup een geselecteerde rijdster als Natasja Bruintjes zonder goeie reden vervangen door een geroutineerde superster als Marianne Timmer (hoe verleidelijk dat ook is). En zeker niet meer proberen om een papieren topper als Carl Verheijen, die een dramatisch seizoen rijdt, alsnog via de omweg van een skate-off aan een WK-ticket te helpen. Daarmee verkrachten De Vegt en zijn maten de eigen regels en maken ze zichzelf en de betrokken rijders het leven onmogelijk.
Niet meer doen dus, volgend seizoen. Dat klinkt allemaal heel eenvoudig en het zou dan ook de normaalste zaak van de wereld zijn wanneer eindelijk eens alles volgens de vooraf vastgestelde regels verloopt. Maar het blijft schaatsen. Zet de klok er maar op gelijk. Dat relletje gaat er hoe dan ook komen. Saai zal het nooit worden.