Rien de Roon woonachtig in Rockanje geboren op 16 februari 1941. De Roon is al heel lang getrouwd en heeft twee kinderen Jan en Mirjam.
De Roon heeft in zijn lange carrière vele ereplaatsen behaald. “Die ik niet allemaal meer weet. Laatst bij de verkoop van een winkelpand kwam ik dozen met 500 verroeste bekers tegen die ik eens heb gekoesterd. Ik heb ze in 2 grijze containers gegooid maar sommige nog eens bekeken. De herinneringen kwamen weer voorbij drijven!”
Tot 2000 was hij zelfstandig ondernemer in schoenen en specialist in schaatssportartikelen. "Ook produceerde ik schaatsschoenen in Nederland en Portugal met de merknaam Ridero en onder private label."
Na 2000 is de Roon lezingen en schaatsclinics gaan geven voor House of Sports. De lezingen doet hij vaak met Herbert Dijkstra. Thema’s van de lezingen zijn sterke verhalen uit de schaatssport, ondernemen is marathonschaatsen en de psyche van de sporter.
Rien de Roon werd in 1977 in Alkmaar derde op het Nederlands kampioenschap marathonschaatsen. Twee jaar later won hij de Nederlandse titel (1979). Hij won de eerste Nederlandse Kampioenschappen skeeleren in 1984 in Hattem. Daar voegde hij nog 11 overwinningen in landelijke marathons aan toe. Als wielrenner won hij twee keer de marathon van Oss. Opmerkelijk is dat zijn mooiste sportmoment niet het winnen was van één van deze Nederlandse Titels.
De Roon beleefde zijn mooiste sportmoment in Amsterdam-Oost. Windkracht acht waaide over de buitenbaan. “Ik wist de 500 meter te winnen voor de hele kernploeg. Niemand, mijzelf incluis heeft ooit begrepen hoe dat kon!”
Het meest opmerkelijke dat de oud schaatser mee maakte was dat hij twee keer Zuid-Hollands kampioen werd op één dag. ‘s Ochtends schaatste hij drie afstanden en wist door het winnen van twee afstanden Zuid Hollands kampioen langebaan te worden. Een half uurtje later vertrok de Roon voor een wedstrijd van 100 ronden en wist te winnen en werd ook marathonkampioen op de zelfde dag.
Driemaal stond de Roon aan de start van de Elfstedentoch: “Toen de Elfstedentochten kwamen zat ik al in mijn nadagen en heb ik niet goed gepresteerd. Dat heeft wel pijn gedaan, want de Elfstedentocht is het mooiste schaatsevenement wat er is. Toen wij als wedstrijdrijders in 1985 na 22 jaar wachten vanuit het donker Sneek binnen reden, met duizenden mensen aan de wallenkant is er hier en daar wel een traantje weggepinkt.”
Na 30 jaar wedstrijdsport vond de Roon het genoeg, in 1988 stopte hij op 47 jarige leeftijd als A- Rijder. “Het was geen moeilijk besluit want mn lijf vond dat het mooi geweest was. Ik ben nooit in een zwart gat terecht gekomen want een jaar later was ik al ploegleider bij Oad, Aegon en Siebrand.”
De Roon schreef twee boekjes met schaats en wieleranekdotes. Op dit moment is hij druk bezig met het schrijven van twee andere boekjes. “Het derde boekje heeft de titel Ondernemen is Marathonschaatsen en de vierde wordt mijn levensverhaal maar wordt niet uitgegeven. Verder ben ik schaatsverhalen van de nieuwe generatie aan het verzamelen.”
Naast al zijn werkzaamheden is de Roon voorzitter van de jury van de Dick van Gangelen trofee. “De Dick van Gangelentrofee is een ode aan een bevlogen journalist die van aanvallend marathonschaatsen hield. De eerste jaren werd er veel naar aanvallende rijders gekeken. Nu is het een combinatie van strijdlust en de podium plek telt ook mee. Maar iemand die bijvoorbeeld uitstekend werk voor zijn kopman doet kan ook met punten beloond worden. Belangrijk is dat aan het einde van het seizoen de echte Marathonschaatser van het jaar op de hoogste plek staat. Nieuw is ook dat dit jaar het ploegenklassement is ingevoerd.”
De afgelopen jaren is er nog al wat veranderd in het marathonschaatsen “Het is niet te vergelijken met vroeger. We leven in een ander tijdsbeeld met een ander soort sporters. Wij konden vroeger met een groep weg rijden doordat de zwakkeren de gaten lieten vallen. Er schaatst nu een groep superatleten rond die allemaal goed zijn. Persoonlijk vond ik de combinatie met traditionele wedstrijden en wedstrijden volgens het nieuwe format wel goed. In het begin was het wennen aan die zondagmorgen, maar ik begon de wedstrijden steeds spannender worden, met sommige zelfs een Hitchcockfinale!
De natuurijswedstrijden hadden weer goede kijkcijfers en leverden schitterende beelden op. Zolang het marathonschaatsen niet Olympisch wordt zullen we het hier mee moeten doen. Met oplevingen na ijswinters en een eventuele Elfstedentocht waar ik nog steeds in geloof.”