Petra Grimbergen geniet op het moment met volle teugen van het leven, stapelverliefd op Henk Rechts en is moeder van Roel die al weer bijna twee jaar wordt.
Ze geeft alweer voor het zesde jaar training aan de jeugdleden van de Heerenveense Hardrijdersclub. “In mijn sport leven heb ik nooit alles aan de kant gezet. Maar nu merk dat het toch wel veel is geweest. Ik leid nu een heerlijk leven. Geniet van mijn zoontje. Ben samen met mijn vriend echt trotse ouders. Het is heerlijk om niet meer in een schema te leven. Maar ik mis het heel soms toch een beetje.”
Ze won 5 jaar op rij de Alternatieve Elfstedentocht (4 maal in Oostenrijk en 1 maal in Finland.) In het seizoen 2001/ 2002 veroverde ze de marathon cup. De jaren daarvoor en daarna stond ze regelmatig op het podium bij het eindklassement van de cup. Daarnaast haalde ze tal van podiumplaatsen in de marathon cup. In 1999 won ze het Nederlands kampioenschap marathon. Gelijk één van haar mooiste overwinningen. “Ik vond het niet altijd makkelijk om alles te geven, soms deed het zo pijn. Maar de wil om te winnen is de beste drijfveer van mij geweest. Daarom heb ik ook die laatste Weissensee die ik reed gewonnen. Daar had ik mijn zinnen zo op gezet.”
Grimbergen reed drie jaar lang in Jong Oranje. “Toen ik tweede jaars c-junior was (tegenwoordig eerste jaars B.) zat ik al in Jong Oranje. De eerste 2 jaar maakte ik veel progressie” ze werd toen Nederlands kampioen bij de B-junioren. “Het derde jaar maakte ik nauwelijks nog progressie. De concurrentie was groot en het aantal plaatsen in Jong Oranje beperkt. Via het gewest geprobeerd weer terug te komen maar dat lukte niet. De volgende zomer ben ik met mijn broer Peter keihard gaan krachttrainen en ik ging zelf veel wedstrijden fietsen om hoe dan ook in de kern ploeg te komen.”
Grimbergen trainde zich helemaal gek op de wielerbaan en ontmoette daar Don, die later haar fietstrainer werd. Het wedstrijdfietsen ging zo goed dat ze mee mocht naar de Wereldkampioenschappen in Japan. “Vanaf dat moment ben ik helemaal voor het fietsen gegaan, dat was in 1990. Al reed ik in 1987 ook al het Wereld Kampioenschap wielrennen in Italië voor junior dames, daar werd ik zevende.”
Ze werd zo goed dat ze in 1992 deelnam aan de Olympische Spelen in Barcelona, Een paar jaar later in 1993 had Grimbergen helemaal genoeg van het wielrennen.
“In de Nationale Selectie heerste de enorme afval manie en ik kon daar niet meer tegen. Die zomer werd ik toch nog Nederlands Kampioen tijdrijden, eigenlijk ging het hartstikke goed.” Daarna is Grimbergen naar Amsterdam verhuisd, waar ze werkte in haar fiets en schaatswinkel. “Ik woonde vlak naast de Jaap Eden baan en ging daar schaatsen om af te trainen. De conditie die ik van het wielrennen had in combinatie met het schaats verleden maakte dat ik hartstikke lekker ging.”
Met het marathonschaatsen was de Nijbeetse al bekend. Ze reed marathons voor en tijdens het wielrennen. “In de winter van 91 won ik mijn eerste marathon in Haarlem.
Het was de eerste jaren met marathon schaatsen niet gemakkelijk. Ik draaide mijn winkel alle dagen van maandag tot en met zaterdag en ook nog de koopavond. Dat was zo’n 52 uur per week. Meestal was het in de winter wel rustiger dan zomers. Maar soms was het gewoon niet te doen. Hoewel ik 'beperkt' trainde in vergelijking met mijn laatste jaren, reed ik wel goed, maar ik heb wel competitie wedstrijden moeten laten schieten, dan was er een wedstrijd naar ‘S middags verplaatst. Dan kon ik niet. Ik had wel vaker de cup kunnen winnen. Tegenwoordig met die vroege starttijden had ik helemaal niet mee kunnen doen!”
In 2001 stopte Grimbergen met haar winkel. “En dat was niet vanwege het 'fantastische' contract van Frisia wat sommige mensen dachten. Eindelijk had ik lekker weer tijd om te trainen. Ik zou nog één jaar daar van genieten en dan stoppen. Dat liep iets anders.
In 1993 stopte Grimbergen met topsport. “Daar heb ik zo’n spijt van gehad. Daarom was stoppen met schaatsen erg moeilijk. Eigenlijk had ik een jaar eerder moeten stoppen. Maar omdat ik wist van het stoppen met wielrennen hoe een spijt ik had, ging ik toch nog door. Het laatste jaar was te zwaar, alleen maar gezeik en dat kost energie. Het seizoen begon ook slecht met een zware griep en met de ploeg ging het heel slecht. Toen aan het einde van dat seizoen er nog wat natuurijs kwam baalde ik zo, ik wilde niet meer rijden. Toen die werd afgelast was ik zo blij, dat was een serieus teken. Toch wilde ik nog niet beslissen. In het seizoen ben je moe. Dus ik begon weer met trainen en dat ging lekker. Toen ik eind mei bij Zuidema te horen kreeg dat alle afspraken niet door gingen was ik er zo klaar mee. Toen ben ik gelijk gestopt en eigenlijk voelde dat best lekker. Een enorm surprise afscheidsfeest maakte het helemaal af. Het grote geluk was dat Henk en ik het jaar daarna Roel kregen. Dat vulde gelijk het eventuele zwarte gat. Dat is waar ik nu zo intens van geniet. Afgelopen maandag reed ik even op het zomerijs. Tjonge wat zwaar. dan realiseer ik me wat een beren conditie ik ooit had.”