Jacques de Koning. Het sprintersbloed zit hem in de genen, maar dat betekent niet dat het altijd voor de wind gaat. Na wat mindere jaren wil hij nu weer alle World Cups rijden.
Jacques de Koning is 25 jaar oud en is telg van een beroemde schaatsfamilie. Daar legde Coen de Koning in 1903 de basis voor. Toen werd hij Nederlands Kampioen. Even later zou hij zelfs Wereldkampioen worden en in 1912 en 1917 won hij de Elfstedentocht. Zoon Jacques P. was vooral succesvol in de oorlog en maakte in 1972 als Chef de Mission de Olympische Spelen mee. Zoon van Jacques P., ook een Jacques, was minder succesvol en stopte op 24-jarige leeftijd. Wel trouwde hij met Truus Dijkstra, driemaal Neerlands kampioen op de kortebaan. De Jacques de Koning waar wij het over hebben, is een zoon van dit echtpaar. Het spreekwoord ‘van geen vreemde’ moet haast hier vandaan komen, helemaal daar 'onze' Jacques ook een rassprinter is.
Het gaat prima met Jacques de Koning. Bij team APPM zit hij op zijn plek. In de schaduw van de grote ploegen, die hij allemaal al van dichtbij meemaakte. Hiervoor reed hij twee jaar bij TVM, twee jaar bij DSB en volgde hij het hele opleidingstraject van baanselectie tot de opleidingsploeg. De ideale carrièreopbouw dus, totdat hij bij TVM moest afzwaaien. “Dat was vooral omdat ik niet op dezelfde lijn zat met Gerard Kemkers. Hij wilde op een gegeven moment ook de sprinters op zijn manier gaan begeleiden, terwijl ik met Kosta Poltavets werkte. Na een gesprek bleek dat het beter was niet samen door te gaan." Eerlijkheidshalve voegt hij er wel aan toe: “Als ik dat jaar Wereldkampioen geworden was, had ik er nu natuurlijk nog gezeten."
Wereldkampioen werd hij niet. Hij kende een paar mindere jaren. Hij zou, na een skate-off tussen hem en Gerard van Velde, naar de Olympische Spelen, maar toonde geen vormbehoud en mocht uiteindelijk dus niet. En waar iedereen eigenlijk verwachtte dat hij zou doorstoten naar de top, bleef hij net daaronder hangen. En dus zit hij bij APPM. Een team met een andere filosofie, waarbij iedereen de ruimte krijgt zijn eigen programma in te vullen: “Ik wist dat het na TVM niet zou ophouden. Ik kan prima zonder TVM, want ik moet het toch zelf doen." Het eerste jaar, vorig seizoen dus, ging echter niet geheel naar tevredenheid: “APPM was een nieuwe ploeg en dat liep nog niet echt. We waren maar met zijn vieren. Jarno Meijer viel gelijk uit met een virus, Eelco Bakermans richtte zich op de marathon en dus waren Yuri Solinger en ik op elkaar aangewezen. Bovendien hadden we in september pas een trainer." Het team staat in het tweede jaar een stuk beter: “Met Johan de Wit (trainer, red.) zijn we de hele zomer gericht bezig geweest, een goed programma uitgestippeld." Rhian Ket en Lars Elgersma zijn er bovendien bijgekomen. Aan ambities heeft De Koning niet ingeboet. Het moet beter: “Ik wil dit jaar weer alle World Cups rijden. Vorig jaar ging het dan wel niet super, maar er waren wel hoopvolle dingen. Technisch vooral."
De Koning. Hoewel zijn naam anders doet vermoeden, stelt hij zich bescheiden op. En dat heeft een reden. “De sport is een egoïstische wereld. Iedereen is met zichzelf bezig, maar ik probeer bezig te zijn met anderen en met God." Het gesprek gaat al gauw amper meer over sport. De Koning bekeerde zich drie jaar geleden. “Ik was wel gelovig opgevoed, maar deed er niets mee. Het ging goed in de sport, ging leuk geld verdienen, ging veel om met vrienden. Maar het voelde niet goed. Het is ook net of je steeds grover of uitbundiger moet doen om leuk te blijven. Toen mijn buurvrouw ook nog eens overleed, begon ik na te denken. Als ik straks dood ga, is er niks meer. Ik begon me te realiseren dat God bestond en ben gaan bidden. ‘Ik wil U volgen’. Er viel een heleboel stress gelijk van me af."
Dat was drie jaar geleden, nu is nu. “Net als het leven gaat ook een geloofsleven met up en downs. Je bent altijd onderweg, hebt geen ritme in je leven. Dan is het ook wel eens moeilijk om consequent in de bijbel te lezen en te bidden. Maar ten opzichte van drie jaar geleden is er niets veranderd. Ik ga nog steeds voor God."
De Koning praat zichtbaar met plezier over zijn geloof, al ervaart hij regelmatig dat het ook wel eens lastig is. “Als Christen in de wereld staan is sowieso al moeilijk. Het is natuurlijk niet echt populair ofzo, onder jongeren vooral niet. Mensen krijgen een bepaald verwachtingspatroon van je. Als je Christen bent, ben je ineens volmaakt. Zo is het natuurlijk niet. Ook ik heb te maken met verleidingen. Ik krijg alleen gelijk op m’n flikker als ik me niet gedraag. Ik leer steeds beter leven en wil ook steeds beter leven, maar dat is een proces. Sommige mensen vinden dat schijnheilig." Ook de jongens in de ploeg gaan de discussie soms met hem aan: “Ach, ik kan ze toch niet overtuigen. Ik wil ze ook helemaal niet ergens heen duwen. Je kan beter laten zien dat je anders in het leven staat, dan er alleen maar over praten."
Het botst een beetje. Sport en geloven. “Soms denk ik wel eens dat het me een beetje bij God vandaan houdt." Afgunst, egoïsme, termen die niet echt passen: “Daar wil je als gelovige niet aan meedoen, maar je staat wel steeds in die wereld. Soms vraag ik me wel eens af of het wel goed is om als Christen topsport te bedrijven. Aan de andere kant; God geeft me dit talent niet voor niets. Je moet ook niet voor ‘gevaar’ weglopen en God geeft me ook de opdracht om met mijn talent aan de slag te gaan."
Jacques de Koning leert iedere dag weer bij. “Ik ben nu af en toe wat meer op mezelf gericht, maar doe dat niet ten koste van anderen. Ik liet wel eens over mezelf heen lopen. Het is wel moeilijk om daar een balans in te vinden. Je kunt op een gegeven moment ook te lief worden voor topsport."
Er moet weer getraind worden en dus loopt het gesprek af. “Topsport en geloof kan prima samen. Het is een podium om te laten zien dat je anders bent”. Laten zien dat hij anders is wil hij ook in de wedstrijden. Anders dan vorig jaar, beter dan vorig jaar. “Het NK afstanden volgende week is echt heel belangrijk. Daar hangt veel van af. Ik sta er goed voor. Het loopt lekker."
(C) SkatePodium.com
Geert Plender