Je hoeft hem niet te kennen, om hem te herkennen. Toch moet hij het morgen echt helemaal zelf doen, op de 500 meter tijdens het NK afstanden.
Freddy Wennemars is 21 jaren jong en draagt een zware last met zich mee. Het is het broertje van Erben. Op eigen benen functioneert hij nu in het Telfort team, met Ingrid Paul als trainer en Jan Bos als trainingsmaat. “Mensen verwachten meteen van mij dat ik goede uitslagen rijd, maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik heb nog twee á drie jaar nodig voordat ik met de top mee kan”. Freddy Wennemars heeft zich duidelijk niet mee laten slepen door verwachtingen van de buitenwereld. Hij staat met beide benen op de grond.
Morgen moet hij aan de bak. Op de 500 meter. “Als ik rond de 10e plek eindig, vind ik het goed. En of dat dan 12e is of negende, dat maakt me niet zoveel uit.” Op de kwalificatiewedstrijden voor het NK schitterde Wennemars junior nog niet echt. “Ik reed echt slecht. Ik bleef maar rennen. Ik was helemaal niet tevreden.” De oorzaak laat zich raden. “Ik voelde toch wat druk”. Een Wennemars die zich niet plaatst voor het NK, dat klinkt veel mensen raar in de oren. “Daarom wilde ik me graag bewijzen”. Hij start komend weekend op de 500 en 1000 meter.
Hij reed als klein jongetje eens een 100 meter. Dat leverde hem een persoonlijk record op, maar ook de laatste plaats in de uitslag. “Ik ging juichend over de streep, ik was blij met mijn PR. Andere mensen kwamen naar me toe. ‘Het ging niet zo goed he?’ “ Het is typerend voor de manier waarop het publiek tegen het jongere evenbeeld van Erben aankijken.
Freddy Wennemars is er aan gewend en weet er mee om te gaan. Sinds deze zomer is hij lid van team Telfort, concurrent van het TVM van Erben. “Ik heb veel meer en harder getraind dan vorige jaren. Ik kon op de fiets goed mee met de jongens, met de krachttraining ook. Op het ijs is het wel aanpoten. Ik zit er vaak op het tandvlees achter. Maar dat is goed voor me, daar krijg ik snelheid van.” Komend jaar hoopt hij zich te verbeteren, dichter naar de top te kruipen: “Ik heb mezelf ieder jaar nog verbetert, dus dat hoop ik dit jaar ook weer te doen.”
Ploeggenoot Stefan Groothuis sneed zichzelf gisteren nog in zijn achillespees. “Ik weet wat het is. Vorige zomer heb ik ook last van mijn achilles gehad. Ik had alleen een ontsteking. Die van Stefan is half doormidden, dus dat is nog veel erger. Dat is echt een flinke tegenvaller. Hij was echt in supervorm. Het is bovendien ook een beetje mijn voorbeeld. Hoe rustig en beheerst hij alles doet.”
Rustig en beheerst, typisch niet Freddy. Het moet sneller en sneller. Gelukkig gaat het dat ook. “Het gaat met de dag beter. Ik ben nu technisch de puntjes op de i aan het zetten”.