Nederlands English Deutsch
SkatePodium.com > Skip Navigation LinksNieuws > 2007 > 11 > 27 > Het dilemma van Sandra t Hart

Het dilemma van Sandra 't Hart

Alles of niks. Marathon of langebaan. Mountainbiken of racefietsen. Sporten of werken. Kinderen of vrijheid, wereldreis of Heerenveen. Het zijn de dilemma's van Sandra 't Hart.

commercial

Het verhaal van een twijfelaar. Maar ook het verhaal van een harde werker, van iemand die niet snel opgeeft. Het verhaal van iemand die altijd voor de sport leefde en nu het leven opnieuw moet organiseren.

Jarenlang hikte ze tegen de langebaantop van Nederland aan. Jarenlang hield ze hoop op de échte doorbraak. Soms leek die er te komen, maar dan toch weer niet. Ze rook aan de top, maar haalde die, volgens eigen zeggen, nooit. En toen was het genoeg.

Maar dan komt wat voor veel gestopte sporters komt. Ontwenningsverschijnselen, het zwarte gat. De 33-jarige Heerenveense was er eigenlijk klaar mee, maar kan eigenlijk ook weer niet zonder. Ze kreeg er zelfs hartritmestoornissen van.

“Ik heb het langer volgehouden dan de mensen dachten”, vertelt ze terwijl we in de kantine van Thialf zitten. Ze moet straks het ijs op om te trainen. “Ik ben blijven geloven dat het erin zat. Ik ben blijven hopen op die doorbraak. Maar toen ik me in 2006 niet voor de Spelen plaatste en zelfs gewoon slecht reed, was het voor mij klaar. Ik heb toen alles of niets gespeeld en verloren”. Zo'n 16 jaar lang zette ze er alles voor opzij.

Eerst maar eens terug naar hoe het begon. Als klein meisje turnde ze. De geboren Aalsmeerse begon op haar 12e een beetje te schaatsen. Dat ging snel goed. Ze belandde in de baanselectie van Amsterdam en volgde het hele opleidingstraject van de KNSB via het gewest Noord-Holland, Jong Oranje en de kernploeg. Tijdens dat traject kreeg ze te maken met onder andere Leen Pfrommer, Ab Krook en Floor van Leeuwen en trainde ze onder andere met Tonny de Jong, Marianne Timmer, Andrea Nuyt, Carl Verheyen en Jochem Uytdehaage. Om maar even aan te geven dat we hier over een écht talent spreken.

Op ongeveer haar 20e begon het gejojo. De kernploeg van Ab Krook slonk van zes naar vier dames en Timmer en 't Hart moesten afzwaaien. Ze belandde weer in het gewest, maar kreeg via de regiotop wel de nodige faciliteiten. Het tergde de tegenwoordig in Heerenveen woonachtige 't Hart wel. “Ik dacht: krijg de tyfus, ik zal ze er wel eens even afrijden”.

Het jaar erop wordt ze door Leen Pfrommer opgepikt. “Die heeft het altijd in mij zien zitten”, zegt ze, zonder overigens wrok jegens andere trainers te koesteren. Bij de commerciële ploeg Unit 4 traint ze met Falko Zandstra en enkele andere heren. Ze bijt zich vast, is niet bang om hard te trainen, maar dat breekt haar op. Ze raakt overtraind en presteert ondermaats. “Ik ging door tot ik niet meer kon”. Het tweede jaar in dat team ging beter. Ze werd zelfs Nederlands Kampioen allround. En terwijl ze naar Friesland verhuisde stopte Unit 4 en sloot ze zich aan bij Metafoor, bij Christine Aaftink. Twee jaar later stopt ook Metafoor en beland ze in de regiotop bij Aart van de Wulp. In die laatste jaren van haar langebaancarrière traint ze ook veel met team Telfort van Ingrid Paul. 

Terug naar het verhaal. Ze maakte alles mee. Hoogtepunten, waaronder een Nederlandse titel, afstandsmedailles en World Cupwedstrijden, maar ook diepe dalen. Het maximale haalde ze er nooit helemaal uit. “Ik was altijd iemand van hard trainen. Gaan! Ik dacht altijd maar dat ik meer moest doen. Nu begrijp ik dat je vooral kwalitatief goed moet trainen, niet altijd maar veel. Als ik dat eerder geweten had, ...” De middenlange afstandspecialiste had in het voor-Olympische jaar vertrouwen gekregen. Het trainen met Gretha Smit en Ingrid Paul wierp zijn vruchten af. “Ok, nog één jaar, dacht ik bij mezelf”. Kwalificeren voor Turijn deed ze niet en dat betekende dat de motivatie om door te gaan nu echt op was.

“Je stopt er ontzettend veel energie in. En het is nog wel leuk, maar je moet ook vooruit kijken. Fysiek was ik misschien nog wel in staat om een tijdje goed te blijven. Maar de jonge generatie kwam hard op zetten. Je moet ook realistisch zijn”. Vanaf haar 17e zette ze veel opzij voor de sport. Alles stond daardoor op een lager pitje. Opleiding, werk, sociale contacten. Niet zo gek dus, dat ze na haar besluit te stoppen zich daar volledig op stortte. “Ik heb amper vakantie genomen. Ik heb mijn normale leven opgepakt. Ik ging daar helemaal voor en het sporten zakte weg. Maar daar voelde ik me helemaal niet goed bij. Ik kreeg lichamelijke klachten. Hartritmestoornissen zelfs. Ik moest gaan aftrainen”.

En om af te trainen, stelde ze zichzelf toch maar weer doelen. “Ik heb dat nodig. Zonder doelen loop ik maar wat in de rondte, is het voor mijn gevoel niet zinvol”. Ze ging wat mountainbikewedstrijdjes rijden. Dat ging zó goed, dat ze in een team belandde. Maar daar begon ook de twijfel. Het werk eiste zijn tol. Meer dan 40 uur in de week is ze bezig als sportinstructrice en personal coach. En half dingen doen, daar houdt ze niet van. “Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Ik rij nu die mountainbikewedstrijdjes wel goed, maar ik kan nog veel beter. Ik heb alleen de tijd niet om meer te trainen. Maarja, wat moet ik dan. Minder werken, meer trainen? Of toch maar stoppen en lekker werken?”

En die vraag stelt ze zich deze winter ook bij het marathonschaatsen. Want ook dat pakte ze maar op na haar langebaancarrière. Een paar wedstrijdjes reed ze vorig seizoen. Mireille Reitsma en Alida Pasveer vroegen haar meteen voor het BTN/ De Haas-team. Ze hapte toe, maar is gelijk weer een dilemma rijker. “Ik schaats aardig mee. Maar ik wil eigenlijk met de besten meedoen. En ik weet dat ik dat kan, alleen dan moet ik er meer voor doen. Als ik nu één keer per week op het ijs sta, is dat veel. Ik teer op m'n verleden. Ik schaats nog wel makkelijk. Maar het is veel te weinig om top te zijn”.

En dat is wel wat ze wil. “Ik kan het niet accepteren als ik maar een beetje in de top 15 ofzo rijd”. Hogerop betekent echter meer trainen, minder werken en minder tijd voor andere dingen. “Ik denk dat op dit moment werk en het sociale leven voorgaan. Ik weet niet of ik het kan opbrengen weer zoveel opzij te zetten om écht goed te worden. En om wéér op zoek te moeten naar sponsors om toch geld op de plank te krijgen. Deze winter wil ik de knoop doorhakken”.

Werken en sporten. “Ik moet zeggen dat ik veel respect heb gekregen voor mensen die werk en sport combineren. Ik kom er nu achter hoe moeilijk dat is. Ik heb zelf altijd een paar uurtjes gewerkt. Dan kon ik de rest sporten. Ideaal. Nu moet ik 40 uur of meer werken en dan nog trainen. Het is erg moeilijk daarin een balans te vinden.”

Respect heeft ze ook voor het marathonschaatsen. “Ik dacht eerst: dat doe ik wel even. Ik rij me er wel tussen en als ik goed sprint, lukt het wel. Nou, mooi niet dus. Het gaat écht hard! Langebaanschaatsers denken nog wel eens dat het niet zo moeilijk is, dat marathonschaatsen. Nou, poeh, het is zwaar. Wisselende tempo's, tactiek, inzicht, je moet het allemaal hebben”.

Het grote verschil tussen langebaan- en marathonschaatsen? “Langebaanschaatsen is veel preciezer. Alles moet kloppen. Timing, techniek, op welke manier je moet trainen. Douwen, harken, doorrammen, dat is marathonschaatsen. Ik moest enorm wennen aan het gooi en smijtwerk in de finales. Ik vond het eerst niks. En nog steeds niet eigenlijk. Het is echt niet normaal wat er allemaal gebeurt! Maar je mengt je er tussen. Moet gewoon. En je leert het ook wel. Je moet je plekje echt opeisen. Maar het blijft lastig. Je kan zo een knal krijgen. Ik denk dat dat bij de dames haast nog erger is dan bij de mannen”.

Al dat gooien en smijten brengt 't Hart wel wéér aan het twijfelen. “Tja, is dit wel wat voor mij? Ik denk wel eens: dit is toch geen schaatsen? Maar ik weet ook dat dat deels aan mezelf ligt”. En dan zijn we weer waar we begonnen. Twijfel. “Ik heb heel wat moeten oppakken de laatste twee jaar. Het normale leven, zeg maar. Er valt heel wat weg. Je hele uitdaging, daar waar je voor leefde. Dat is een enorme omslag. Dat heeft me ontzettend veel energie gekost. Je moet jezelf nieuwe doelen stellen. Andere talenten gaan zoeken”.

Andere talenten zoeken doet ze. Ze volgt de opleiding tot schaatstrainer bij de KNSB. “Ja dat lijkt me wel leuk ja. Maar ik vind zoveel leuk. Misschien ga ik nog wel op wereldreis. Misschien wil ik wel kinderen. Ja, ik ben 33. Dan moet je daar ook niet te lang meer mee wachten. Het is op dit moment chaos. Het zijn allemaal plukjes. Ik pluk overal wat weg. Het moet allemaal even op zijn plek vallen”. 

(C) SkatePodium.com
Tekst: Geert Plender
Foto's: Sandra 't Hart/Harm de Boer


commercial

Geef een reactie!
Je bent niet ingelogd. Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Klik hier als je wilt registreren.
 

neusbeer - dinsdag 27 november 2007 @ 12:56
Respect, mooie column! Volg je Hart Sandra.

Ger Warink





Podium TV
Reacties na het NK Natuurijs
Reacties na het NK NatuurijsReacties na het NK Natuurijs
OBB: Rick van LeersumOBB: Rick van Leersum
Hoogtepunten 2008Hoogtepunten 2008
KerstsprinttoernooiKerstsprinttoernooi
Vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaarVrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar
Sportconnection




Podium dump
Podium foto

© Podium Sportcoaching Group B.V. 2008 - All rights reserved