In de marathons de adjudant van Daniëlle Bekkering en in het langebaanschaatsen meedoen met de top 10 op het NK allround. Ensing is van alle markten thuis.
Als junior werd ze nationaal kampioen en deed ze altijd met de besten mee. Als één van de grootste talenten van het land kreeg ze een felbegeerd plekje in Jong Oranje. Maar toen ging het mis. Blessures, Pfeiffer. Een bekend verhaal voor velen. Maar daar het voor de meesten einde carrière betekent, betekent het voor Ensing een nieuwe start. Het geloof in eigen kunnen zegeviert.
Vorig jaar kwam ze terug, na een jaar sabbatical vanwege die vervelende vermoeidheidsziekte. Dat deed ze lang niet onaardig. De nu 21-jarige Drentse won samen met Diane Valkenburg en Moniek Kleinsman de ploegenachtervolging op de Universiade (Olympische Spelen voor studenten) en reed op dat evenement ook 7.22 op de 5000 meter. Haar eerste 5000 meter, waarmee ze vierde werd. Op het NK afstanden pakte ze een 13e plaats op de 3000 meter. Ze kwam sterk terug en liet zien dat ze verre van afgeschreven is.
Dit seizoen reed de in Gieten woonachtige Ensing bij de senioren dames het NK afstanden. “Die gingen dramatisch. Ik kwam net terug uit Erfurt. Dat trainingskamp zat nog in de benen”, zegt een strenge Ensing. Ze werd 16e op de 3000 meter. De Kraantje Lek ging beter en leverde een vierde plaats op. “Ik weet dat er in het langebaanschaatsen nog veel meer in zit. Je doet er soms jaren over om Pfeiffer helemaal te boven te komen. Ik ben nu fit en ik kan nog veel leren. Als het technisch beter gaat lopen denk ik dat ik de top kan halen”.
Komend NK allround moeten we daarvan vast een voorproefje krijgen. Ter voorbereiding verblijft ze deze week in Blesdijke, met de door de KNSB ingestelde ‘regiotop’. Aart van der Wulp traint haar daar. “Ik wil de laatste afstand rijden. Daarvoor moet ik of bij de beste acht in het tussenklassement staan, of bij de beste acht op de 3000 meter eindigen. Ik moet er gewoon vol in knallen op de 3000. Meestal ga ik te langzaam weg”.
Die laatste afstand, de 5000 meter, is de sterkte volgens Ensing. “Ik heb twee jaar lang last van mijn liezen gehad. Daardoor kon ik niet echt meer sprinten. En de fietswedstrijden en marathons zorgen er natuurlijk ook voor dat ik wat meer duurvermogen heb”.
Marathons inderdaad. Adjudant van Daniëlle Bekkering. Afgelopen zomer kwam ze die tegen bij een fietswedstrijd, die ze er gemakshalve ook nog maar even op het hoogste niveau bij doet. “Ze had een idee. Ze wilde zelf een ploeg starten en ik vond dat wel leuk. Het is voor mij een hele goede combinatie”.
Een goede combinatie, omdat ze in het gewest Drenthe bijna alles alleen moet doen. “Er zijn weinig meiden. Daarom rij ik de marathons, om hardheid op te doen”. Ze krijgt van zowel het gewest als van Team Bekkering de vrijheid te combineren. Zo rijdt ze de komende weken weer langebaan, met als hoogtepunt het NK allround. De rest van de Essentcup gaat dus aan haar neus voorbij.
“Ik leer ontzettend veel van Daniëlle. Ik vind het echt super dat ik zo mag beginnen in de marathons. Ik wilde het altijd al wel, en nu deed zich de kans voor. Ik vind het helemaal niet erg om voor haar te knechten. Het spelletje snapte ik trouwens al wel een beetje vanuit het wielrennen”. Dat ze dat spelletje snapt bewees ze afgelopen weken, waar ze er samen met ploegmaatje Sigrid Plender – Ter Haar voor zorgde dat Bekkering het ‘goud’ hield.
De top halen in het langebaanschaatsen heeft vooralsnog de voorkeur. “En ik ga mezelf geen tijdsdruk opleggen. Als op een gegeven moment blijkt dat het niet lukt, ga ik gewoon marathons rijden of me serieuzer toeleggen op het fietsen. Dat ging namelijk ook best goed afgelopen zomer”.
(C) SkatePodium.com
Geert Plender