Het is strijden geblazen in het marathonpeloton. Niet alleen om de prijzen, ook om je plekkie. En niet zonder slachtoffers. “Het lijkt wel alsof er steeds meer kan in het peloton”.
Vorige week kwam er een abrupt einde aan het seizoen van de 25-jarige Douwe de Vries. En dat is geen toeval. “Er kan steeds meer in het peloton. Het is vechten”. En dat gevecht wordt vooral gevoerd tussen de uit het skeeleren afkomstige jongelingen en de mannen die vanuit de langebaan komen óf gewoon van de oude stempel zijn.
Het gevecht betekende in ieder geval het einde van het seizoen van Douwe de Vries. Tijdens de finale van de Essentcup kwam hij ten val en werd in zijn val door één van de 120 rondklapperende schaatsmessen geraakt. Hij stond op, reed de wedstrijd uit en werd derde in het eindklassement, maar achteraf bleek zijn pees te zijn doorgesneden.
De Vries is er één in een lange rij schaatsers die dit seizoen te kampen heeft met snijwonden. Jan Maarten Heideman, Jan van Loon, Jorrit Bergsma en Sander Kingma gingen hem in het marathonpeloton al voor. Ook Sandor Stuut was al eens een week uitgeschakeld door een valpartij. Valpartijen die niet zonder reden veelvuldig lijken voor te komen dit seizoen. Iedere week is het raak.
“Er is veel veranderd in het marathonschaatsen”, reageert Douwe de Vries vanaf zijn ziekbed. “Er wordt meer geduwd en getrokken. Dus dan is het niet zo gek dat er vaker wat gebeurt”.
Duwen en trekken. Het AD schreef er tijdens de finaleweek van de Essentcup al een artikel over, waarbij skeeleraar Roy Boeve de zwarte piet kreeg toegeworpen. “Ik heb op zich niets tegen de skeeleraars”, zegt De Vries, “maar ik denk dat zij er wel aan meegeholpen hebben dat er meer kan tegenwoordig. Ik sprak laatst met Boeve en hij gaf gewoon toe dat in het skeeleren veel meer gevochten wordt. Positioneren is daar veel belangrijker en dat wordt het nu ook in het marathonschaatsen”.
“Normen en waarden vervagen. Ongeschreven regels vervagen. Sommige dingen doe je gewoon niet als marathonschaatser, maar gebeuren nu wel. Je moet vechten voor je plekje. Maar het is wél schaatsen, geen skeeleren. Op die ijzers moet je toch wat voorzichtiger zijn”.
Jan van Loon weet ook hoe het voelt geraakt te worden door een vlijmscherp schaatsmes. Het overkwam hem gisteren in Assen, tijdens het NK. “Ik heb drie hechtingen, maar verder gelukkig geen schade”. Ook de 22-jarige rijder uit het Hunterteam is één van de nieuwe generatie marathonschaatsers, overgekomen vanuit het skeeleren. Eens met de kritiek op de skeeleraars is hij het niet.
“Als er veel mensen in de baan zijn, zoals tijdens het NK, dan is er gewoon weinig ruimte. Ik vind dat er veel rijders in het peloton zijn die daar slecht mee omgaan. Veel zijn niet behendig en reageren behoorlijk agressief als de meer behendige rijders daar gebruik van maken. Die agressie is vooral gevaarlijk. De vuilste acties worden uitgehaald door niet-skeeleraars”.
De strijd duurt voort en de messen worden alleen maar scherper geslepen. Hoop op betere tijden heeft De Vries derhalve niet. “Ik denk niet dat het ooit weer zo wordt als enkele jaren geleden, toen iedereen elkaar de ruimte gaf. Het hoort er bij, ook al hou ik er niet van”.
(C) SkatePodium.com