Nederland kent een rijke schaatshistorie. Tijdens de grote schaatstoernooien stroomt Thialf vol met oranje gekleurde mensen. Voor ons gewoon. Maar is het dat wel?
De Canadese Kristina Groves, winnares van de World Cup op de 1500 meter en een gouden plak op de dubbele mijl op het WK afstanden, schrijft over haar belevenis van ons gekke schaatsliefhebbend Nederland. Een land met schaatsen in het DNA.
In alle jaren dat ik al deelneem aan het World Cup circuit ben ik zo’n twintig keer in Heerenveen geweest. Het schaatsmekka van de wereld. Nederland is het enige land in de wereld waar schaatsen bij de mensen in hun DNA is geïmplenteerd. Deze sport zit echt in hun bloed, in hun hersens en ook in hun hart. Het land kent dan ook een rijke schaatshistorie.
Vroeger schaatsten ze voornamelijk op natuurijs. Schaatsen op kanalen door het platteland, van dorp naar dorp. Een bekende wedstrijd is de Elfstedentocht. Als het echt koud wordt en de kanalen bevroren zijn, dan wordt er op één dag een marathon gehouden langs elf steden. De winnaar wordt enthousiast bejubeld en wordt legendarisch. Één man heeft de wedstrijd zelfs eens twee keer achter elkaar gewonnen en hij vergaarde daarmee zoveel bekendheid dat hij met zijn familie is verhuisd naar een dorpje in Alberta, Canada.
Zo’n historische en culturele rijkdom in het schaatsen, maakt de Nederlandse schaatsers natuurlijk de beste van de wereld. Het beste schaatsland van de wereld. De laatste jaren is er veel veranderd in de oorspronkelijke sport. Alle topschaatsers behoren nu bij professionele teams, met mega salarissen, mega vergoedingen, en volgens sommige insiders mega ego’s. Ze zijn ontzettend succesvol, talentvol en nationale sterren, net zoals de NHL ice hockey spelers in Canada. Wanneer ze in Heerenveen rijden willen ze knallen. Ze zijn dramatisch (sommige zouden het verwoorden met melo) en intens. Er zullen landen zijn die dit voorkomen met opgetrokken wenkbrouwen aanschouwen. Maar wanneer je bedenkt dat er bij de Nederlanders zoveel geld om gaat in deze sport, is het natuurlijk ook wel logisch dat ze alles willen laten zien voor hun publiek. Ze schaatsen om te winnen, einde van het verhaal.
Daarop aanvullend dat het er nergens anders zo aan toe gaat als in Nederland. Er zijn geen professionele schaatsteams in Canada. We hebben een open sponsorplek op onze benen en we hebben het goed. Er zijn ook landen die zelfs nog minder geld en vergoedingen hebben om met de machtige Nederlandse machine te concurreren. Toch komt het nog geregeld voor dat talentvolle schaatsers van buiten Nederland er met de prijzen, en het prijsgeld, vandoor gaan. Alhoewel de meeste sponsoren in de World Cup wedstrijden dan weer uit Nederland komen, net als de media partners en leveranciers. De hoogste kijkcijfers bij schaatswedstrijden komen zonder twijfel uit Nederland. Op wat voor manier je het ook bekijkt, de sport is ingeworteld in de Nederlandse psyche.
Ongeacht de recentste roddel van de dag of het meest recente schandaal in het nieuws, is het altijd enerverend om in Heerenveen te schaatsen. De fans kennen en begrijpen de vertrouwelijke details en de regels van de sport zo goed dat ze direct reageren met een ademloze stilte of oorverdovend gejuich. Wat voor situatie er voor hun ogen ook afspeelt.
De grootste fans staan overigens in de bochten van de ijsbaan. Daar zie je alleen maar trappen, geen stoelen. Ze staan uren voor aanvang van de wedstrijd te wachten voor het beste plekje in het stadion. Dicht bij het ijs. Als de deuren eindelijk open gaan dan sprinten ze naar binnen. Er kunnen ongeveer 5000 mensen in de bocht staan en het in totale stadion kunnen zo’n 14000 mensen plaatsnemen. Urenlang staan ze de schaatsers aan te moedigen, niet alleen de Nederlandse schaatsers, maar ook alle andere schaatsers. Ze juigen als een schaatser een PR rijdt. Ze juigen als iemand valt en vervolgens op staat om de wedstrijd nog uit te rijden. Ze maken borden van hun favoriete schaatsers en dragen fel oranje kleren met gekke mutsen. De wave gaat geregeld door het stadion, ook zingen ze onafgebroken. Compleet met één bier in de ene hand en een Nederlandse vlag in de andere hand. Zoals het hoort te zijn.
Hoe erg we soms ook brommen over de Nederlanders en over hoe goed ze het hebben, uiteindelijk kunnen we niet zonder ze. De sport zou het anders niet overleven. Ik heb recent ervaren hoe het is om een World Cup te winnen. Ik won de cup op de 1500 meter en het was mijn eerste titel! Alleen in Nederland volgt er dan een groots ceremonie voor de winnaars, compleet met muziek, grote trofee en het beste van allemaal; een rondje op een Harley trike. Niet één fan gaat naar huis tijdens de ceremonie. Ze juichen naar iedereen, zelfs naar mij! Nergens in de wereld gebeurt dit op deze wijze, en daarvoor spreek ik mij respect uit voor de Nederlanders: naar de schaatsers, de coaches, de fans en hun hartverwarmende obsessie met de sport waar ik voor leef.