Winnen doen sporters graag. Soms kan lekker en aanvallend rijden ook een voldaan gevoel geven. Dat bewijst voormalig cupwinnaar Geert Plender bijna wekelijks.
Geert Plender kent een sterk skeelerseizoen. Bijna wekelijks is de Univé rijder te zien bij uitvalspogingen. En eenmaal in een kopgroep schuwt de man uit Kampen het kopwerk ook niet. Bang om door zijn aanvalslustige manier van rijden uiteindelijk het podium te missen is Plender ook niet. Eerlijk is eerlijk, door het vele aanvalswerk verspeelt hij misschien teveel energie voor zijn kansen in de sprint, want daarin komt Plender nog tekort om een zege te pakken.
“Ik zit er steeds redelijk bij”, zegt Plender met gevoel voor understatement na een opmerking dat hij goed rijdt dit seizoen. “Dit jaar wil ik weer een stap vooruit maken op het ijs. Daarvoor gebruik ik het skeeleren als training. Als ik echt puur voor het skeeleren ga trainen, dan moet het nog wel harder kunnen.”
De aanvallend ingestelde denkwijze leverde de Safan schaatsrijder afgelopen week eindelijk zijn eerste podiumplaats op. “Mijn derde plaats in Lisse kwam wel op een goed moment”, gaf Geert Plender eerlijk toe. “Ik ben al weken in de aanval en vooral na het Nederlands Kampioenschap in Almere baalde ik. In de laatste ronde ging ik onderuit. Ik zat op dat moment in de kopgroep en op het natte wegdek kon ik goed uit de voeten. Daar had ik ook wel kans gemaakt op het podium als ik was blijven staan.”
Het is eigenlijk wel opmerkelijk dat een voormalig skeelerkampioen nu tevreden instemt met een rol als aanvallende subtopper. “Maar ik train nu heel anders dan in 2005 toen ik de cup won. Drie jaar geleden trainde ik hooguit een uurtje per week op de fiets. Alleen op vrijdagmiddag fietste ik om me wat los te trappen. Nu doe ik veel duurritten en dat is niet echt goed voor mijn skeelerconditie.”
Bondscoach Desly Hill maakte afgelopen week een opmerking over de fysieke gesteldheid van Plender. “Kijk eens naar jongens als Gary Hekman. De kracht straalt er vanaf. Plender is te licht om in een eindsprint met de krachtpatsers mee te komen.”
Een opmerking waar Plender weinig tegenin brengt. “Ik denk dat ze gelijk heeft. Maar ook dat heeft te maken met mijn trainingsschema. Ik kan wel meer krachttraining gaan doen, maar dan ben ik bang mijn souplesse kwijt te raken. En juist dat helpt me in de winter enorm tijdens het schaatsseizoen.”
“En nogmaals. Ik wil er in de winter staan. Mijn doel is dit jaar weer een extra stap te maken. Afgelopen seizoen pakte ik mijn eerste overwinning in de Essent Cup en zat ik regelmatig in de finale. Ik hoop deze winter nog vaker bij de laatste twintig te zitten.”
Maar voordat de marathonschaatsers het ijs op gaan, heeft Plender nog wel even de tijd om op skeelers veel finales te rijden. “Het gaat lekker, dus ik skeeler nog wel even door deze zomer.”